T: 024 - 360 09 23

E: info@sjbadvocaten.nl

Oranjesingel 75 Nijmegen

Kinderalimentatie en kindgebonden budget

Einde van de “Haagsche lijn”, rechtbank Den Haag volgt aanbevelingen Expertgroep Alimentatienormen en Gerechtshof Den Haag stelt prejudiciële vragen aan Hoge Raad

 

Door de rechtbank Den Haag is bij uitspraak van 9 januari 2015 voor het eerst afgeweken van de richtlijn en van de aanbeveling van de Expertgroep, door  de alleenstaande-ouderkop niet in mindering te brengen op de behoefte aan kinderalimentatie. In volgende uitspraken van de rechbank Den Haag blijft afgeweken worden van de richtlijn; de “Haagsche lijn” is daarmee een feit. Ook de rechtbank Noord-Holland is bij een uitspraak van 3 maart 2015 afgeweken van de richtlijn en de aanbeveling van de Expertgroep en volgt daarmee ook de “Haagsche lijn”.

 

Op 17 april jl. heeft de Expertgroep vergaderd naar aanleiding van de ontstane “Haagsche lijn”. Ondanks dat het in sommige gevallen ingrijpende financiële consequenties kan hebben voor de onderhoudsverplichtingen van ouders jegens hun minderjarige kinderen, handhaaft de Expertgroep de aanbeveling om ook de alleenstaande-ouderkop in mindering te brengen op de behoefte aan kinderalimentatie bij de vaststelling van alimentatie. Zou dat dan het einde zijn van de “Haagsche lijn”? Ja. De rechtbank Den Haag laat de “Haagsche lijn” los en volgt voortaan, voor wat betreft de alleenstaande-ouderkop, de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen.

 

Op 7 mei jl. overwoog de rechtbank Den Haag dat, gelet op de uitkomst van de vergadering van de Expertgroep, zij verwacht dat er binnen afzienbare tijd prejudiciële vragen zullen worden gesteld aan de Hoge Raad over hoe om te gaan met het kindgebonden budget en de alleenstaande-ouderkop. Mede in het belang van de rechtseenheid acht de rechtbank Den Haag het niet meer gewenst om langer af te wijken van de aanbeveling, tenzij dat in een concreet geval tot een onaanvaardbaar resultaat zou leiden.

 

De verwachting van de rechtbank Den Haag was juist. De familiekamer van het Gerechtshof Den Haag heeft op 3 juni jl. een uitspraak gedaan waarbij tevens prejudiciële vragen zijn gesteld aan de Hoge Raad met betrekking tot het kindgebonden budget en de alleenstaande-ouderkop. De volgende vragen zijn door het Hof gesteld:

1. Moet bij de bepaling van de ingevolge artikel 1:397 BW jo 1:404 BW door de ouders verschuldigde alimentatie voor hun minderjarige kinderen rekening worden gehouden met het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande ouderkop, door dit: i) in mindering te brengen op de behoefte van de kinderen; dan wel ii) in aanmerking te nemen bij het vaststellen van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt?

2. Bij vraag 1 is geen onderscheid gemaakt tussen de alleenstaande ouderkop en het overige deel van het kindgebonden budget. Indien dat onderscheid wel moet worden gemaakt, op welke wijze moet dan ter bepaling van de verschuldigde alimentatie rekening worden gehouden met de alleenstaande ouderkop en op welke wijze met het overige deel van het kindgebonden budget?

 

Het is nu wachten op de antwoorden van de Hoge Raad. Zou de “Haagsche lijn”weer terugkomen?

 

Wordt vervolgd…..

 

Yasmina Amtari, advocaat

 

Publicatiedatum:

09-07-2015 12:12