T: 024 - 360 09 23

E: info@sjbadvocaten.nl

Oranjesingel 75 Nijmegen

Ontslag ogv bedrijfseconomische redenen nog mogelijk tijdens ziekte?

Tijdens ziekte geldt sedert 1 juli 2015 (invoering WWZ) evenals onder het inmiddels oude recht een opzegverbod: de werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is voor het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte (tenzij de ziekte langer dan 2 jaar heeft geduurd of een aanvang heeft genomen na indiening van een verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen).

 

Tot 1 juli jl. gold het opzegverbod tijdens ziekte niet onverkort bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. De kantonrechter moest zich er wel van vergewissen of het verzoek verband hield met het bestaan van een opzegverbod. Een ontbinding tijdens arbeidsongeschiktheid kon wel, maar niet vanwege de ziekte. Indien het verzoek tot ontbinding geen verband hield met de arbeidsongeschiktheid, bijvoorbeeld in geval de ontbinding werd verzocht wegens het vervallen van een arbeidsplaats na een reorganisatie wegens bedrijfseconomische redenen, dan kon de rechter ondanks ziekte tot ontbinding overgaan. De werkgever had dus de mogelijkheid om zich in geval van het bestaan van een opzegverbod wegens ziekte, te wenden tot de kantonrechter.

 

Door de invoering van de WWZ kan niet meer gekozen worden welke ontslagroute wordt gevolgd, UWV of kantonrechter. De wet noemt 8 ontslaggronden en schrijft daarbij dwingend de te volgen route voor. De werkgever die de arbeidsovereenkomst wil beëindigen op grond van bedrijfseconomische redenen, moet hiervoor schriftelijk toestemming vragen aan het UWV. De werkgever kan er niet meer voor kiezen een verzoek tot ontbinding bij de kantonrechter in te dienen. Indien werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, kan de werkgever aldus de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen.

 

Hoewel de werkgever niet meer de mogelijkheid heeft om ervoor te kiezen zich in eerste instantie te wenden tot ofwel het UWV ofwel de kantonrechter, kan hij thans wel na afwijzing van een verzoek om toestemming van het UWV, de kantonrechter verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

 

In afwijking van het oude recht bepaalt de wet thans bij ontbinding door de kantonrechter dat een verzoek slechts kan worden ingewilligd indien er geen opzegverboden gelden. Het enkele bestaan van een opzegverbod maakt dat het verzoek niet kan worden toegewezen. Hierop wordt echter een uitzondering gemaakt, namelijk dat het verzoek ondanks het bestaan van een opzegverbod kan worden toegewezen indien het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop die opzegverboden betrekking hebben of er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen. Hiermee lijkt er dan toch weinig te veranderen ten opzichte van de oude wet.

Deze uitzondering geldt echter (en enkel) niet indien, na afwijzing van de toestemming door het UWV, een verzoek tot ontbinding wegens bedrijfseconomische redenen bij de kantonrechter wordt ingediend. In dat geval geldt het opzegverbod onverkort.

 

Dit betekent een aanzienlijke wijziging ten opzichte van het voorheen geldende recht. De arbeidsovereenkomst met een werknemer die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, kan dus in geval de arbeidsplaats vervalt als gevolg van een reorganisatie wegens bedrijfseconomische omstandigheden, niet worden opgezegd maar ook niet meer worden ontbonden door de kantonrechter.

 

Irene Bloemen, advocaat

Publicatiedatum:

10-07-2015 11:53